
Brokstukken
verhalen van de moderniteit
1569
1625
1739
1883
1933
BROKSTUKKEN vormt een mozaiek van de obsessies van de auteur. Aan de hand van gebroken spiegelstukjes uit nagenoeg iedere eeuw van de Nieuwe Tijd wordt een verwrongen zelfportret samengesteld. In 1569 schrijft Joos de Rijcke, een Vlaamse minderbroeder, vanuit Quito naar de Antwerpse dichteres Anna Bijns om haar te vertellen wat er in de Nieuwe Wereld gaande is maar ook om te vragen hoe de hertog van Alva in Vlaanderen tekeergaat. In 1625 klampt Jan Bruegel de Jonge zijn voogd Pieter-Pauwel Rubens aan omdat hij na de dood van zijn vader op zoek is naar een doek, ‘De triomf van het leven’, dat zij samen zouden hebben geschilderd. In 1739 worden de leden van de Missie van de Parijse Academie die de omtrek van de aarde moet meten tijdens een stierengevecht in de Peruaanse stad Cuenca met de dood bedreigd. In 1883 buigt Jean-Charles Houzeau zich over de plannen van de nieuwe Sterrenwacht in Ukkel wanneer hij plots het onaangekondigd bezoek krijgt van premier Walthère Frère-Orban. In 1933 ten slotte zoekt de jonge volksvertegenwoordiger en advocaat Paul-Henri Spaak de wereldberoemde fysicus Albert Einstein op in De Haan om deze laatste ertoe te bewegen het bij het Hof op te nemen voor twee voor desertie veroordeelde pacifisten. De Reformatie en Contrareformatie in Vlaanderen, Bruegel de Oude en Bruegel de Jonge, het evenaarsgebied dat eerst tot Peru zou behoren, later Ecuador zou heten en lange tijd gold als het eldorado, het Belgisch weerinstituut in Ukkel en het Noordzeestrand in De Haan, het zijn slechts enkele van de vele themata die de auteur na aan het hart liggen. Benevens Vlaamse figuren als Anna Bijns en Pieter-Pauwel Rubens, passeren ook Voltaire, Marx en Albert Einstein de revue. Intussen gaat de auteur onder het puin op zoek naar overlevenden. Letterlijk maar vooral figuurlijk, omdat in het verleden op zoek wordt gegaan naar wat de mensheid te eeuwigen dage zal bezighouden : nood aan liefde en angst voor de dood.
1569
Anna Bijns getroost door minderbroeder
“’Lieve Anna,’ ving Joos de Rijcke zijn lijvig epistel aan, ‘ik schrijf je een laatste keer uit Quito nadat de bisschop mij heeft bevolen het klooster van Popayán te gaan leiden.’”
Joos de Rijcke, stichter van het klooster van San Francisco van Quito en biechtvader van de kinderen van Atahualpa, de laatste Inca, wordt – vijf jaar nadat hij zich bij zijn Orde in Gent in het Boek der Overledenen heeft laten inschrijven – naar Popayán gestuurd. Hij schrijft naar Anna Bijns, die hij voor zijn reis naar Amerika steeds heeft gesteund en die zelf ooit naar de Nieuwe Wereld had gewild, over de verbranding van een heks – een Incaprinses die beschuldigd werd van heidense praktijken – die hij tevergeefs heeft willen verhinderen. Hij heeft het over Anna’s ‘Refreinen’ en dier lijfspreuk ‘meer zuurs dan zoets’, maar ook over de executie van Egmont en Hoorn in Brussel en het nieuws dat de Inquisitie in Lima een rechtbank heeft opgericht. De bisschop van Quito heeft beslist dat Joos zich voortaan moest wijden aan het nieuwe klooster van Popayán. Terwijl Joos Quito achter zich laat, denkt hij terug aan zijn geboortestreek die hij meer dan dertig jaar eerder verliet via Antwerpen, Toulouse en Cadiz. Hij hoopt ten slotte in Popayán, ver van alle intriges, van een rustige oude dag te kunnen genieten.
1625
Rubens onwetend over Triomf van het Leven
“’Sedert vaders dood,’ sprak Jan Bruegel met trillende stem tot zijn voogd Pieter-Pauwel Rubens, ‘ben ik wanhopig op zoek naar dat ene doek.’”
De vierentwintigjarige Jan Bruegel klampt voor diens Antwerpse herenhuis zijn voogd Pieter-Pauwel Rubens aan, die samen met zijn vrouw Isabella Brant net van een diplomatieke missie is weergekeerd. Jan vraagt Rubens of hij enig idee heeft waar dat ene doek – met als titel ‘De Triomf van het Leven’ – zich bevindt. Rubens erkent dat hij ‘De Triomf van de Dood’ van de in 1569 overleden grootvader aan het Hof in Madrid heeft gezien, maar weet van geen doek dat ‘De Triomf van het Leven’ zou heten. Jan vertelt Rubens hoe de cholera zijn vader heeft gedood en hoe beide broers – Jan en Pieter – aan de hand van doeken van hun betreurde vader hun kindertijd, jeugd en schildersloopbaan hebben geschetst. Jans vader en oom zouden vooral de verdwijning hebben betreurd van ‘De Triomf van het Leven’, waaraan zowel Jans vader Jan als Rubens zelf zouden hebben bijgedragen.
1739
Voltaire klaagt onrecht aan bij Spaans hof
“’Newton heeft het van Descartes gehaald, waarde Voltaire,’ krabbelde Charles de la Condamine neer, ‘maar deze overwinning heeft ons in Cuenca bijna ons leven gekost.’”
De Franse chirurg Jean Seniergues, lid van de Missie van de Parijse Academie die de omtrek van de aarde meet, wordt tijdens een stierengevecht op 29 augustus in de Peruaanse stad Cuenca dodelijk neergestoken nadat hij de eer van Manuela Quezada, een trotse mulattin, wou verdedigen. Charles de la Condamine, leider van de Missie, belooft Seniergues op zijn sterfbed de daders te laten berechten en schrijft naar Voltaire opdat deze hem via zijn
contacten met de koning van Spanje Filips V zou helpen. Om Voltaire extra te motiveren schetst La Condamine de omstandigheden waarin Seniergues de vader van Manuela van een dodelijke koorts heeft verlost maar meteen ook met de religieuze en politieke autoriteiten van de stad in de clinch is gegaan. Tijdens een vijf dagen durend feest met stierengevecht op het San Sebastiánplein worden niet alleen Seniergues maar ook de andere leden van de Missie bedreigd. Onder leiding van de plaatselijke burgemeester wordt het gepeupel zodanig tegen de Fransen opgehitst dat deze laatsten slechts nipt aan de dood ontsnappen.
1883
Marx herdacht door hoofd Sterrenwacht
“’Jean-Charles Houzeau de Lehaie ?’ vroeg de ordonnans van de premier nadat hij het groepje was genaderd dat zich over de plattegrond van de nieuwe Sterrenwacht in Ukkel boog.”
Jean-Charles Houzeau de Lehaie is met zijn medewerkers op het plateau van Ukkel met zijn plan om rond de Sterrenwacht ook arbeiderswoningen te bouwen in de weer. De één heeft het over de dood in Venetië van Richard Wagner, de ander over de rede in Londen van Friedrich Engels op het graf van Karl Marx, nog een ander heeft het over de Orient Express die Parijs met Konstantinopel verbindt en over het Vrijheidsbeeld dat in New York zijn plaats moet krijgen. Ook wordt de inplanting van de eerste joodse kolonies in Palestina ter sprake gebracht. Toch hebben allen het vooral over de door de uitbarsting van de Krakatau gekleurde hemel. Houzeau kijkt, terwijl hij maar niet geneest van een in Panama opgedane moerasziekte, terug op zijn leven sedert 1848, waarbij Karl Marx, de Sioux en de Ku-Klux Klan de revue passeren. Op dat ogenblik komt premier Walthère Frère-Orban hem opzoeken. Na hem zijn steunbetuiging aan Louise Michel te hebben verweten en zijn redenen tegen het algemeen stemrecht te hebben uiteengezet, verzoekt Frère-Orban Houzeau op zijn ontslag terug te komen.
1933
Einstein weigert steun aan deserteurs
“’Een erezaak, meester Spaak,’ sprak Albert Einstein nadat hij de deur van zijn villa in De Haan achter zich had dichtgetrokken, ‘bespreek ik liever met de zee als getuige.’”
Albert Einstein ontvangt de vierendertigjarige kersverse volksvertegenwoordiger en advocaat Paul-Henri Spaak in zijn villa in De Haan met het verzoek de vrijlating van twee deserteurs, Léo Campion en Hem-Day, bij de koning der Belgen te bepleiten. Einstein is immers bevriend met het Hof en de twee vredesactivisten zijn door de krijgsraad van Brabant tot twee jaar gevangenisstraf veroordeeld na zich onder meer op een uitspraak van Einstein uit 1929 te hebben gebaseerd. Spaak doet het verloop van het proces op het strand uit de doeken. Ofschoon ze begeleid zijn door een rijkswachter, ontsnappen ze beiden aan een aanslag. Nadat de belager, die blijkt voor de Duitse ambassade in Brussel te werken, na een helse achtervolging is gevat, wordt duidelijk dat de nazi’s achter de aanslag zitten en voor niets terugdeinzen. Na van de emotie te zijn bekomen, evoceert Einstein zijn derde, meest persoonlijke relativiteitstheorie over eigen uitspraken in een andere context.