top of page
Schermafbeelding 2026-01-03 021542.jpg

OVERTOCHTEN
verhalen onder de noorderkeerkring


JACHT
VAL
RUPS
RECORD
VULKAAN
VERLOS

OVERTOCHTEN is een bundel van zes verhalen die allen in het teken staan van Latijns Amerika. De intriges spelen zich allen af tijdens de tweede helft van de twintigste eeuw. Westerlingen geraken in nesten in dit subcontinent, waar niet alleen weelde en ellende maar vaak ook liefde en geweld door een dun vlies worden gescheiden. Houden ze stand ? En zo ja, hoe overleven ze de traumatische gebeurtenissen die hen overkomen ? De bundel is tevens een hommage aan acht twintigste- eeuwse auteurs – waarvan drie Nobelprijswinnaars en twee die hem ongetwijfeld verdienden – die uit dat werelddeel stammen of er zich toe aangetrokken voelden. Vier van hen zagen het licht in 1899, de overige vier tussen 1900 en 1909. Ze omspannen amper tien jaar maar toch ruim een generatie. Een van hen, Ernest Hemingway, heeft deze generatie zelfs de verloren generatie genoemd. Niet toevallig brachten deze acht auteurs het grootste deel van hun leven buiten hun natuurlijke biotoop of in ballingschap door. In de novellen waar ze opduiken, worden ze telkens indirect opgevoerd, via een geliefd object. Zo maken we nader kennis met de lievelingsschelp van Pablo Neruda (°1904, Nobelprijs 1971), het jacht van Ernest Hemingway (°1899, Nobelprijs 1954), de ‘Aleph’ van Jorge Luis Borges (°1899), het vlindernet van Wladimir Nabokov (°1899), de stamkroeg van Malcolm Lowry (°1909), de zoon van Miguel Angel Asturias (°1899, Nobelprijs 1967), de rozenkrans van Graham Greene (°1904) en de roos van Antoine de Saint-Exupéry
(°1900).


Jacht
Zoon moordenaar Che gelauwerd op Key West

“Victor Hugo, dokter dePoo, riep plots de zaal vol lookalikes van de Che op Amerika te bevrijden van de Amerikanen.”

Neil Nobody, verpleger, in oktober 2000, vindt Victor Hugo in een bar waar de beste lookalike van de ‘Che’ wordt gekozen.

Victor Hugo is de zoon van de Boliviaanse sergeant die ‘Che’ Guevara heeft vermoord. Op zijn vierde ontvangt hij in Parijs, waar zijn vader lijfwacht is van de Boliviaanse ambassadeur, twee prachtige zeeschelpen – Strombussen – uit de handen van Pablo Neruda. Op zijn achtste is hij getuige van de moord op de Boliviaanse ambassadeur in Parijs. In Brussel wordt hij verliefd op Katja, de dochter van een afgezant van Salvador Allende. Op zijn zeventiende koestert hij slechts één droom : in de voetsporen treden van de ‘Che’ en Amerika bevrijden van de Amerikanen. Zo wordt Victor Hugo lid van een Chileense verzetsgroep, redt de door Mao geschonken lievelingsschelp van Pablo Neruda, neemt deel aan de aanslag tegen de Patriarch die met ijzeren hand over Chili heerst, poogt de tiran op zijn eentje te vermoorden op het Grondwetplein, vlucht via Bolivia en komt ten slotte in Havanna terecht, waar hij generaal Arnaldo Ochoa bijstaat. Na Ochoa’s executie wegens drugssmokkel keert Victor Hugo weer naar Chili maar wordt herkend en gearresteerd. Hij vlucht echter via een ondergrondse tunnel met achtenveertig andere gevangenen. Hij vlucht naar Ushuaïa en vindt zijn oma Graciela in La Paz op haar sterfbed. Na vier jaar te hebben doorgebracht op Cuba, waar hij de hoede krijgt over de Pilar, het legendarische jacht van Ernest Hemingway, keert hij terug naar Chili maar wordt opnieuw herkend en gearresteerd. Dit keer wordt hij per helikopter met drie medegevangenen uit de gevangenis bevrijd. Op Cuba wordt hij door de Commandant in hoogsteigen persoon opnieuw aangesteld tot bewaker van de Pilar, het jacht van Ernest Hemingway. Victor Hugo kwijt zich, na de honderdjarige Gregorio Fuentes te hebben leren kennen, de oude man uit de novelle van Hemingway “De Oude Man en de Zee”, voorbeeldig van die taak tot de Commandant hem op een heilloze dag in het jaar tweeduizend zelf komt vragen om hem in het grootste geheim naar Key West te varen waar voor het eerst de beste lookalike van de ‘Che’ wordt verkozen.


Val
Zesvoudige moordenaar geïnterneerd in Ushuaïa

“Louis Louis, Uwe Excellentie, wordt er op het einde van de wereld van beschuldigd een hele familie te hebben uitgemoord.”

Frédéric François, Belgisch consul, probeert in januari 1997, na het uitbrengen van de film "Evita" met Madonna en Antonio Banderas en de een door de Argentijnse overheid bestelde fil “Evita” met een totaal andere cast, probeert de minister van Buitenlandse Zaken ertoe te overhalen Louis Louis uit het land te smokkelen.

Louis Louis, hoofdredacteur van het tijdschrift ‘Aleph’ – zo genoemd naar een alziend voorwerp, niet groter dan een speldenknop, beschreven door Jorge Luis Borges – zit in 1996 in Ushuaia in de cel. Louis wordt ervan beschuldigd een heel gezin te hebben uitgemoord : admiraal buiten dienst Hector Malaparte, moeder Helena Malaparte, kleindochter Milagros en diens ongeboren tweeling ; twintig jaar eerder zou hij dochter Milena’s dood reeds op zijn geweten hebben gehad. De Belgische consul die Louis, officieel Belgisch ingezetene, bijstaat krijgt evenwel een heel ander verhaal te horen. Daarin heeft vader Malaparte niet alleen zijn dochter de dood ingejaagd maar blijkt hij tevens de vader te zijn van zijn kleindochter en van de tweeling die zij verwachtte op het ogenblik van haar dood. Ook nadat beroep is gedaan op een leugendetector, blijft de waarheid in het duister. Uiteindelijk wordt Louis aan een psychiatrisch onderzoek onderworpen en aanvaardt onderzoeksrechter Boris Benedetti beroep te doen op de “Aleph” om te achterhalen wat er werkelijk is gebeurd.


Rups
Biopiraat nagejaagd op oevers Amazone

“Bob More, mijn liefste Jenny, was aan de voet van de Suikerbroodberg net begonnen spontaan zijn hellevaart langs de Amazone te beschrijven.”

Jan De Ryck, taalleraar, in februari 1996, ten tijde van de schaakwedstrijd tussen Garry Kasparov en Deep Blue, beschrijft de tocht van Bob More door het Amazonewoud.

Bob More, een vijftigjarige piloot, wil na zijn ontslag met het vlindernet van Wladimir Nabokov in het Amazonegebied een zeldzame Blauwe Morpho vangen. Vertrekkend vanuit Quito vaart hij eerst de Napo en vervolgens de Amazone af. In Leticia werft hij een gids aan en vangt, meestal in de buurt van geheime landingsstrips, een massa vlinders, maar geen Morpho’s. Gearresteerd op de samenloop met de Rio Negro, wordt hij beschuldigd van biopiraterij en opgesloten in de federale gevangenis van Manaus. Daar wordt hij omringd door leden van doodseskaders, drugssmokkelaars, corrupte politiemannen en landloze boeren. Hij wordt ten slotte verliefd op de enige vrouw die de gevangenis telt en die vastzit op beschuldiging van moord. Ze wordt de Zwarte Weduwe van Amazonië genoemd. Wanneer More met haar een uitbraak onderneemt, komt hij in Rio terecht in een wereld van schijn en leugen, dood en verderf, en wacht nog slechts zijn dood af.


Record
Uurrecordhouder mariachi in Death Valley

“Jan Loos, Neus, is na vijftien jaar vergeetput heus een extra nummer van Rond waard.”

Willy Wynen, hoofdredacteur van het weekblad Rond, wil begin augustus 1999, nadat hij de Badwater Ultramarathon heeft bijgewoond, de eigenaar van het blad, die hij ‘Neus’ noemt, ertoe overhalen een speciaal nummer te wijden aan Jan Loos.

Willy Wynen wint eerst ontzaglijk veel geld op de “eenarmige bandiet”. Vervolgens wil hij een documentaire maken over de Badwater Ultramarathon van 135 mijl. Hij pikt Maria de Jesus op, die geen geld heeft voor een hotel en staat haar bij. Op de terugweg blijven ze overnachten in het Amargosa Hotel. Daar herkent Willy Wynen Jan Loos. Jan Loos, beter bekend als ‘krekel van het peloton’ en ‘eeuwige derde’, tilt in 1984 bij zijn tweede poging het uurrecord in Mexico boven de vijftig kilometer uit. Zijn record wordt echter niet gehomologeerd. Een derde poging blijft uit. Op een rustdag loopt Loos in Teotihuacán – de Stad der Goden – immers een ex, An, tegen het lijf waarmee hij ooit het Ten Strings Duo – gitaar en viool – vormde. Hun wegen scheidden na een Ronde van Frankrijk die geheel aan de muziek was gewijd. ‘s Anderendaags blijkt Loos spoorloos. Vijftien jaar later wordt hij in Death Valley, in een Mexicaans restaurant, herkend door Willy Wynen. Slechts nadat Willy Wynen heeft beloofd hun schuilplaats niet te onthullen legt Loos' partner An Jans motieven bloot om de wereld van de records de rug toe te keren en zich als mariachi met hart en ziel te storten in die der akkoorden.


Vulkaan
Vulkanoloog redt priester op meer Atitlán

“Sal Boterberg, professor Carter, hield op deze plek in Central Park voor mij staande dat de mens zelf onvoorspelbaarder mar vooral dodelijker was dan welke vulkaan ook.”

Sam Stein, geofysica, in mei 1984, ten tijde van de transit van de aarde tussen de zon en Mars, vertelt haar overste, professor Carter, hoe haar collega Boterberg werd neergeschoten.

Sal Boterberg, een tot Amerikaan genaturaliseerde Belg, neemt na het verlies van zijn vrouw Beverly tijdens de uitbarsting van de Mount Saint- Helens in 1980 een jaar vrij. Om niet op drift te geraken, licht hij eerst in Mexico de Popocatépetl door, aan de voet waarvan de stamkroeg van Malcolm Lowry 'El Farolito' zich bevond. Kort daarna aanvaardt hij de leiding van het Guatemalteekse luik van het project ‘Onder de vulkaan’. Officieel wil dat de schadelijkheid van alle Midden-Amerikaanse vulkanen in kaart brengen, maar Boterberg heeft zo zijn twijfels over het ware doel van het project. Tijdens een boottochtje op het meer van Atitlán is Boterberg getuige van de klopjacht op een Vlaamse priester. Hij aarzelt om de geestelijke, die hem ooit de gebroken rozenkrans van Graham Greene toonde, in zijn bootje te laten springen, want daarmee zet hij zijn eigen leven op het spel. Achternagezeten door de elitetroepen – de zogeheten Kaibiles – verschansen beide mannen zich op de flanken van de Tajamulco, de hoogste vulkaan van de regio. Daar worden ze een eerste maal van een gewisse dood gered door de invallende nacht en bij het ochtendgloren een tweede maal door een verrassingsaanval van Rodrigo, de zoon van Miguel Angel Asturias.


Verlos
Boezemvrienden oog in oog in La Libertad

“Soms lijkt het, Mikio, alsof die twee al meer dan dertig jaar niets anders spelen dan dat ene spel.”

In september 2002, na de dood te hebben verteld van Marianne de Coninck, heeft Ben het over twee gewezen klasvrienden.

Xavier Melk en Pablo Boon, zonen van respectievelijk een Brusselse koffiebrander en een Vlaamse melkboer, worden mede dankzij hun passie voor de Mundial onafscheidelijke vrienden op het door jezuïeten geleide Sint-Michielscollege. Op de universiteit, waar Pablo voor journalist studeert en Xavier voor advocaat, worden ze beiden lid van Amnesty International. Nadat het richten van beleefde verzoeken aan meedogenloze dictators hun echter de keel is beginnen uithangen, bezetten ze met het Collectief voor Directe Actie de ambassade van El Salvador, waar een bloedige burgeroorlog aan de gang is. Wanneer ze na hun studie in 1982 voor het weekblad Scope zelf door Midden- Amerika trekken, ontmoeten ze in San Salvador, op de door jezuïeten geleide universiteit, Angela de Saint-Exupéry, bijgenaamd ‘Angie’ of ‘de Kleine Prinses’. Van de ene dag op de andere worden Xavier en Pablo onverbiddelijke tegenstanders. Tot Angela’s dood hen vijftien jaar later weer samenbrengt en voor een verscheurend dilemma plaatst : de adoptie van Angela’s zoon, lid van de gewelddadige Mara Salvatrucha 13.

GELUIDSFRAGMENTEN
bottom of page